Ethiopië, Tocht naar de "Gateway to hell"

Proloog

Waarom zou je naar een gebied gaan dat al jaren als onveilig wordt bestempeld? Waarom zou je naar een gebied gaan dat de hoogste gemiddelde jaartemperatuur op aarde heeft en dat door de zon verschroeid is onder temperaturen die door het jaar heen variëren van 35 tot 50 graden.? Er is wellicht geen plek op aarde waar de omstandigheden om te leven zo moeilijk zijn als in de Danakil Depressie, Ethiopië.

Waarom er dan toch heen? De Danakil depressie herbergt een van de spectaculairste vulkanische landschappen ter wereld en bovendien een actief lavameer, een van de vier permanente lavameren op aarde. Het ligt in de oost Afrikaanse slenk op het punt waar drie uit elkaar bewegende aardplaten de Danakil hebben doen ontstaan. Het is, met IJsland, de enige plaats waar een spreidingszone op land te zien is.

Naar het noorden

De Danakil depressie is vanuit Addis Abeba in 5 dagen te bereiken. We moesten hiervoor een aantal dagen de weg richting Djibouti volgen om er te komen. Dit was echter een interessante route omdat we, parallel aan de slenk, door fraaie landschappen reden met diverse vulkanen en een kratermeer.  Een fraai kratermeer, het meer van Bishoftu in Debre Zeyt, bezochten we. Hierna volgden we de snelweg (jawel!) verder naar het zuidoosten totdat deze even na Adama ophield en overging in een redelijk goede tweebaansweg naar het noorden.

In Awash, vlakbij het oude treinstation, was onze accommodatie.  Een aardig hotelletje waarbij de kamers aan een tuin liggen. Klamboes waren aanwezig en dat was ook wel nodig. We zitten immers in malariagebied en er waren genoeg muggen ’s-nachts.

Een bezoek aan het Awash natianal park mocht niet ontbreken. In enkele uren zagen we verschillende diersoorten; gazelle, bavianen, zwijntjes en zelfs leeuwensporen.. Een aangevreten schedel van een gazelle verraadde dat ie de nacht ervoor was aangevallen door een leeuw. De lunch gebruikten we in een lodge met fantastisch uitzicht over de kloof van de Awash rivier. De rivier stort zich hier ook via een serie fraaie watervallen naar beneden.

We rijden nu ook echt het Afar gebied binnen. De Afar zijn een minderheidsgroep in Ethiopie, zijn overwegend nomadisch maar zijn een trots volk die speciale omgang vergen. Ze zijn de heersers over de Danakil en aangrenzende woestijngebieden. We bezochten dan ook een Afar dorp waar we van dichtbij het leven van de Afar meemaakten. De hutten zijn een soort grote iglo’s gemaakt van takken met een kleine lage ingang aan de korte zijde. Het kamp waar we overnachten lag ver van de bewoonde wereld en dat resulteerde in een zeer fraaie sterrenhemel die nacht.

 

De volgende dag reden we door naar Assailta. In Milen, waar we ’s-Middags doorheen reden, was het een drukte van belang. Overal zaten Somaliërs hun waar te verkopen en er stonden overal trucks te wachten. Het bleek het centrum van de goederensmokkel vanuit Somalië te zijn omdat hier ook de weg richting Somalië aftakte. In de avond berijkte we Assailta waar we nog even een kort bezoek brachten aan het Afambo meer.

 Zoals overal moest er met de plaatselijke politieagente onderhandeld worden voor toegang tot het meer en begeleiding. Dat was altijd een tijdrovende en soms frusterende bezigheid; de prijzen worden ieder jaar hoger en na willekeur vastgesteld. Bovendien verdwijnt veel van dit 'overheids’geld in de zakken van de dienstdoende beambte.

We sliepen in een echt Afrikaans hotelletje met de kamers gegroepeerd rond een binnenplaats en een gemeenschappelijke douche en toilet. De kamers waren uitermate sober ingericht (betonnen vloer etc.) en de meegebrachte klamboe moest hier voor bescherming tegen de muggen dienen. Sommigen van ons kozen ervoor om op het dakterras te slapen.

Overigens is overal goed te merken dat Ethiopia met een grote droogte te maken heeft. Op dit soort reizen zie je naast al het moois ook bittere armoede en ondervoeding. Ethiopie is immers een van de armste landen van Afrika. We zagen ook op diverse plaatsen dat er voedsel werd uitgedeeld, hetzij als beloning voor werk, hetzij als hulp. Anno 2016 worden ongeveer 10 miljoen mensen bedreigd door hongersnood. Hoewel de aanvoer van voedsel tegenwoordig makkelijker is (door betere wegen en spoorwegen) zal dit mogelijk niet iedereen kunnen helpen. De droogte is waarschijnlijk het gevolg van een krachtige El Nino in 2015.

De Danakil Depressie

Na het ontbijt ging het Danakil avontuur dan echt beginnen. Vanaf de hoofdweg sloegen we linksaf de Danakil depressie in. Landschappelijk was het een heel mooie rit, overal basalt heuvels en op een gegeven moment stopte we even omdat we een veld zagen die bezaaid lag met obsidiaan (vulkanisch glas). We dronken vervolgns koffie in een lokaal “roadhouse”, een uit takken opgebouwde ruimte dat dienst deed als cafe en restaurant.

Even na het middaguur kwamen we aan in Afdera, een zoutmijn stadje aan de oever van het gelijknamige zoutmeer.  Hier ontmoetten we ook onze vrolijke gids Kiros, die ons zou begeleiden in de Danakil en die ook de vele lastige onderhandelingen met Chief Kalisa, de andere Afar en de militairen ging voeren. Na de lunch gingen we naar de kampeerplaats waar snel de tenten opgezet werden. Hierna was het tijd voor ontspanning: zwemmen in het zoutmeer en vervolgens relaxen in de , naast het kampeerveldje gelegen, hete bronnetje met temperaturen van zo’n 38 graden.

De laatste dagen was het ook al flink warmer geworden omdat we steeds lager zaten. Het was nu 37 graden (tegen 25 in Addis Abeba).

De Erta Ale

De volgende morgen begint het avontuur echt. Even buiten Afdera verlieten we de verharde weg, de woestenij in.  We hadden nog een lokale gids bij ons en  een politieagent en een kok. Helaas liet de kennis van de lokale gids te wensen over want al na een uur raakten we verdwaald in een zandstorm. Na enige tijd reden we weer verder en kwamen gelukkig weer op het juist pad, even buiten het dorp Kusra wad. Dit bestond uit een serie hutjes van takken en een half ingestort ziekenhuis wat daar met ontwikkelingsgeld was neergezet. Hier moest met de al eerder genoemde Chief Kalisa onderhandeld worden over de bewaking: 1 politie of twee, 1 of twee extra militairen, een woestijngids? Uiteraard wilde hij zoveel mogelijk bewakers meesturen want dat leverde geld op voor hem.

Na de lunch ging de tocht verder naar Durubu, waar de klim naar de Erta Ale begint. Het eerste stuk kon nog wel met een 4WD bereden worden maar naar anderhalf uur bereikten we het basiskamp. Hier hadden we ruim de tijd om de bagage over te hevelen en gingen de onderhandelingen met de chief gewoon verder. De bagage die nodig was voor drie dagen, de voorraden voor ons en de militairen boven en heel veel water werd vervolgens op de kamelen geladen.  Ondertussen kwamen er nog meer wagens aanrijden. Het beloofde drukt te worden. Er ging ook een kameel mee als 'bezemwagen'. Youssof, de eigenaar van deze kameel zorgde goed voor het dier. Hij was een heel vriendelijke man die  ook de mensen hier moeite hadden met de klim bleef helpen. Onder tussen oefende hij zijn engels, Hij kende enkele woorden: Erta Ale, Ok, Finish, die hij de hele tocht bleef herhalen, dit werd wel de running gag tijdns de tocht door de Danakil.

Vlak voor zonsondergang begonnen we met de ruim drie uur durende en bijna 10km lange klim naar de top, op bijna 600 meter. Dat betekende dus bijna 500m klimmen. Het was technisch een gemakkelijke klim (eigenlijk vals-plat) maar de hitte (deze dag tot 40 graden) maakte het extra zwaar! Bovendien moest een groot deel van de tocht in het donker worden afgelegd en was ondergetekende ruim voor het eind van de tocht door zijn water heb (1.5 liter voor 3 uuur wandelen bleek niet genoeg!). Uiteindelijk bereikten we even na acht uur het militaire kamp op de top. Dit was een verzameling van enkele open hutjes en geïmproviseerde stenen hagen waarin gekampeerd kon worden.  Omdat we ruim voor de volgende groep aankwamen, konden we nog de “luxe” indoor hutten onderling verdelen.

Poort naar de hel

Ondertussen werd ons blik al gegrepen door de actieve zuid krater van de vulkaan. Het was al snel duidelijk dat deze zeer actief was! Van tijd tot tijd zagen we lava fonteinen over de rand van de krater spetteren. Sommige lava fonteinen waren 20-30 meter hoog. De krater was aanvankelijk ook niet toegankelijk. De militairen hadden hem uit voorzorg gesloten. Later op de avond werden er toch mensen toegelaten. Ik besloot deze eerste avond het schouwspel vanaf het kamp te bekijken. Er was ook van deze afstand genoeg te zien.

Na een heel korte nacht, ben ik met enkele anderen in de vroege ochtend naar de krater gegaan, dit onder leiding van Kiros, die deze nacht een heel kort hazenslaapje gedaan had. De tocht naar de krater ging snel echter vlak ervoor betraden we de lava die slechts 10 dagen eerder tijdens een eruptie uit de krater gestroomd was (dat was op 15 en 27 januari). Het leek wel alsof je op ijs liep. Alles kraakte en het was duidelijk dat er holle ruimtes onder het basalt lag waar je makkelijk in kon zakken. Bovendien was het basalt hier behoorlijk heet dus we kregen allemaal warme voetjes. ook zakte ik enkele keren door het basalt. Gelukkig waren de holtes op die plek maar max. 20 cm deep. Terwijl we onze weg zochten over het brosse basalt werd links van ons de krater in zijn volle glorie zichtbaar.

Een waar inferno, proestend en blazend. De hitte golfde over ons heen. We konden de kraterrand tot op een meter of 3.5 – 4 meter benaderen. Dichterbij was, vanwege de vele scheuren en de verzengende hitte niet mogelijk. Het lavameer was onrustig, overal ontstonden kleine fonteintjes alles kookte en borrelde. Soms prikte onze ogen van het zwavelgas dat vrijkwam.  Aan de overkant van de krater was een actief gebied waaruit regelmatig fonteinen spoten tot over de kraterrand. Het was maar goed dat we niet aan die kant stonden.  Dit alles onder een bulderend geluid dat enigszins deed denken aan het geluid van de  branding aan zee maar veel zwaarder en soms licht dreunend.

Aan de overkant zagen we na enige tijd langzaam de zon opkomen. Het zonsbeeld helemaal vertekend door turbulentie als gevolg van de hitte die uitstraalt van de 1300 graden hete lava.  Geen wonder dat de Afar deze plaats “Poort naar de Hel” noemen.  We waren stil van dit inferno. Het is zo groots en niet te bevatten! We voelden ons nietig, zo dicht bij de oerkracht van de aarde! De plek waar we stonden was ook beslist niet ongevaarlijk.

Vlak voor het ontbijt keerden we weer terug naar het kamp. Helemaal beduusd van deze ervaring. Gelukkig bleven we de rest van de dag en de volgende nacht ook op de top van de vulkaan dus we hadden alle tijd om de omgeving te gaan bekijken. Bovendien kwamen er geen nieuwe groepen meer dus we hadden het rijk alleen.

Mordor

In de loop van de ochtend gingen we de caldera verkennen. De Erta Ale bestaat immers uit een grote caldera met daarin twee kraters. De actieve zuid krater en de grote noord krater die heel af en toe Stromboliaanse uitbarstingen heeft maar tijdens ons verblijf rustig bleef. Het gebied eromheen was zwart van de basaltlave die de laatste eeuwen uit de kraters gestroomd is. Het gebied leek net op Morder uit The Lord of the Rings, alleen de orks ontbraken.

Mij werd gevraagd om nog even wat geologie les te geven aan de groep en uit te leggen wat we nu eigenlijk zagen en waarom de Erta Ale is zoals hij is. Langs de rand liepen we richting de noord krater onder het genot van een steeds sterker wordende rotte eieren lucht (H2S gas). Er waren ook (gele) zwavelafzettingen te zien en door spleten langs de caldera rand ontsnapte gas en waterdamp. Het landschap was verbluffend mooi (iedereen die maar een nachtje de krater bezoekt mist wat!). Via een oude lavastroom liepen we de caldera in. Overal waren kussenlava ’s te zien en op sommige plaatsen ook het zgn. “Haar van Pelee”, flinterdunne glasdraden die door het druppelen van vloeibare lava ontstaan.

We naderden de zuid krater weer, nu, langs een rand, waarachter een kleine krater lag die blijkbaar 2.5 weken geleden helemaal was volgelopen met verse lava. Die lava was zo warm dat je er niet op kon. Hier en daar was die zelfs over de rand gestroomd en vervolgens gestold.  We moesten weer om e zuid krater heen om terug te komen. Uiteraard mocht een bezoekje aan het lavameer, grofweg op dezelfde plaats als vanochtend, niet ontbreken. Voor sommige van ons was dit de eerste keer dat ze de krater van dichtbij zagen. Hierna liepen we weer terug naar het kamp voor een lunch en een welverdiende siësta.

In de late namiddag. liepen we naar een hoog gelegen punt vlakbij het kamp waar een  fraai uitzicht was over de caldera. Hier was goed te zien waar de lava van twee weken geleden uitgevloeid was en hoever. Hierna zijn we weer naar de krater zelf gegaan waar we wederom genoten van het uitzicht totdat het bijna donker was.

Op het zelfde moment begon de legercommandant, die we voor het gemak maar “Maya de Bij” noemde vanwege zijn zwart-geel gestreepte T-shirt, moeilijk te doen. Hij wilde naar beneden en wij moesten mee van hem. Iets wat natuurlijk niet volgens afspraak was! Tja, dit is Ethiopië dus verwacht het onverwachte. Uiteraard waren we niet van plan om te vertrekken en bovendien kom hij ons waarschijnlijk niet echt dwingen maar spannend was het wel even. Gelukkig wist onze gids hem te overtuigen en een portable telefoon oplader als smeergeld deed de rest.

Die avond hebben we nog lang van het uitzicht mogen genieten en na een overheerlijk maaltje en een taart, speciaal gebakken vanwege de verjaardag van 1 van ons, kropen we moe maar voldaan in onze hutjes onder de wol.

Terug naar basiskamp

De volgende ochtend, vlak na zonsopkomst stonden we weer klaar. Het waseven bewolkt maar de hele lucht was geel van de vulkaangloed. Het was tijd om deze indrukwekkende plek te verlaten. Na een laatst blik op de krater vertrokken we.  In ongeveer 3 uur liepen we weer terug naar basiskamp waar een heerlijk ontbijtje stond te wachten. Na het overladen van alle bagage hobbelden 4 terreinwagens weer van de vulkaan af, richting Kusra wad. Hier noest onze gids toch weer in onderhandeling met chief Kalifa voor een andere woestijngids in de hoop er eentje te huren die ons niet zou laten verdwalen. Anders hadden we nl. een 7-8 uur durende omweg moeten nemen. Het kostte wat moeite maar uiteindelijk waren we vrij snel weer op weg....met een andere gids.

Na drie  uur hobbelen werd er een plekje bij een oase gezocht om te lunchen. We waren goed door elkaar geschud dus een lunch ging er wel in. Hierna moesten we nog ongeveer anderhalf uur rijden totdat we in Ahmed Ela aankwamen. Gelukkig was dit laatste stuk veel beter te berijden dan het eerste. Tegen het eind van de middag kwamen we in Ahmed Ela aan. Het leek net alsof we het eind van de wereld bereikt hadden. De weg hield plotseling op even voorbij een paar dozijn hutjes en een andere groep hutjes dat een hotel genoemd werd. Vlakbij was ook het legerkamp en uitgerekend daar was waarschijnlijk de enige plaats in de Danakil waar bier te krijgen was.

We sliepen met zijn zessen in 1 hutje. Deze was opgetrokken uit takken en zeker niet winddicht, wat hier overigens een voordeel is. De bedden waren gemaakt van houten balken met een  “lattenbodem” van leer en hout. Dat veerde enigszins door zodat we toch nog redelijk comfortabel lagen.

Het meest buitenaardse landschap op aarde

De volgende ochtend vroeg uit de veren. Onze eerste stop was een wel heel bijzondere vulkaan, de Dallol krater. Deze is in 1926 ontstaan na een explosieve uitbarsting nadat zout grondwater in aanraking kwam met magma. Sindsdien is het een geo-thermaal gebied waar zeer zuur water (onder invloed van zout en water) naar boven percoleert en de meest bizarre zout en zwavel formaties achter laat. De Dallol vulkaan lag als een eiland in een uitgestrekt zoutmeer.

Na een korte klim kwamen we aan bij de krater. Hier waren de meest bizarre structuren te zien: paddenstoel vormige gips en zout formaties die ontstaan na erosie door wind en regenwater. Er waren wart oude zwavelafzettingen die inmiddels okerrood verweerd zijn. Inmiddels kwam ons ook een rotte-eierenlucht tegemoet waaruit blijkt dat er ook thermale activiteit is. We liepen over de rand en aan onze voeten lagen uitgestrekte gebieden met fel gele, groene en okerrode (zwavel) afzettingen.  Links van ons lag een enorme gele vlakte met op enkele plaatsen actieve geisers. We besloten eerst rechtsaf te gaan waar op de krater bodem diverse  felgekleurde gebieden lagen met zwavel en zoutformaties van soms enkele meters hoog.

We passeerde de ene na de andere bron en het aanzicht van elke bron leek steeds meer bizar te worden: Zwavel afzettingen in de vreemdste vormen, fel groene en fel blauw-groene meertjes waar zeer zuur water in lag. De groene kleur werd ongetwijfeld veroorzaakt door opgelost koperzout. Overal hoorden je het pruttelen, stalagmieten waar water uit spetterden. Het is te bizar om de beschrijven. Het is het meest bizarre landschap wat ik tot nu toe gezien heb.

Na enkele uren rondgewandeld te hebben, daalden we af en reden een klein stukje langs de basis van de vulkaan naar de zout canyon. Hier zijn door erosie vreemde sculpturen gevormd van zout en gips met roodachtige ijzerrijke laagjes ertussen  We maakten een wandeling en bezochten een kleine zoutgrot.

Even buiten de krater was nog een ander bizar landschap te bewonderen. Hier waren bronnen van warm water te vinden te midden van paddenstoel vormige roodachtige zoutafzettingen. Dit water was niet zuur maar blijkbaar rijk aan kalium. Grappig was ook dat de poeltjes verschillend gekleurd waren, van okerrood tot groenig.  Zo herbergde het Dallol gebied en verzameling van misschien wel de meest bizarre landschappen op aarde!

Aan het eind van de middag, zijn we nog naar het fraaie zoutmeer van Assalta gegaan voor een mooie zonsondergang maar ook het officieus afscheid van onze enthousiaste gids Kiros, de koks Kokki en Mulat, die ons van het lekkerste eten hebben voorzien, maar ook van de vier chauffeurs die ons veilig door de Danakil woestenij geloodst hebben. Omdat ook vier deelnemers van ons reisgezelschap de komende dagen   Hun eigen weg gingen  namen we hier nog wat groepsfoto’s en toastte we of het slagen van de expeditie. Het zoutmeer gaf bij zonsondergang een heel fraai aanblik, een mooie manier om afscheid te nemen van de Danakil!

Zouthakken

De volgende ochtend volgden we de lange kamelenkaravaan die uit honderden kamelen betond, de zoutvlakte op. Op deze hete vijandige plek, waar je gek wordt van de hitte (gem. 35-50 graden overdag door het jaar) werken zowaar mensen, ongelooflijk! Midden op het zoutmeer worden nl. de zoutlagen losgehakt en vervoerd naar Berhale om verhandeld te worden. Der werken zowel Tygre als Afar mensen. De Tygre hakken de zoutplaten en wrikken ze los van de bodem terwijl de Afar ze tot 5 kilo zware blokken vormt. Deze worden op de kamelen gehesen en vervoerd naar Ahmed Ela.

Dit harde werk levert de arbeiders slechts 5 Birr per blok zout op (dit is 4 eurocent!). Indien men echter de blokken zelf verkoopt in Berhale of Mekel, levert het tienvoudige op. Kamelen (om het zout te vervoeren) zijn dan ook van onschatbare waarde voor de mensen hier. Het werk hier gebeurt al eeuwen op dezelfde manier. Zelfs een poging om e.e.a. te moderniseren faalde omdat de mensen hier voor hun baan vreesden. Het is uniek om deze eeuwenoude traditie te zien. Een enkeling probeerde zelf even een zoutplaat op te tillen maar dat viel niet mee!

 

Op het terrein was ook een klein "cafeetje"/ schaftplek waar een deel van de werkers zaten te lunchen / koffie dronken. Ze deelden zelfs een stuk brood met mij, ongeloofelijk als je bedenkt dat zij zelf nauwelijks genoeg hebben! Je kunt alleen maar heel veel bewondering hebben voor deze mensen. Bovendien kijk je nu wel heel anders naar je potje keukenzout op tafel!

"Danakil Finish!"

Na een korte stop in Ahmed Ela voor de bagage, reden we de Danakil depressie uit richting Berhale. Hier lunchte we en in de namiddag zou een karavaan kamelen met zout aankomen. Berhale is fraai gelegen tussen de bergen  die de grens vormen tussen de Danakil depressie en het hoogland. Voor ons was dit dan ook het afscheid van de Danakil en de Afar bevolking. Ook namen we hier afscheid van 1 van onze groepsgenoten die vanaf hier rechtstreeks naar Mek’ele zou gaan om via Lalibela terug naar huis te vliegen.

Een nieuwe tocht begint

Eigenlijk begon deze dag een nieuwe reis, een fraaie rondreis door het hoogland en door de eeuwenoude cultuur en geschiedenis van Ethiopië. In de avond kwamen we aan in Wukro waar we naar ruim een week weer onze intrek namen in een echt hotel. Hoewel het hotel, zeker naar Ethiopische begrippen van uitstekende kwaliteit was, was er toch iets wat het verblijf daar allesbehalve saai maakte. Al direct bij het inchecken raakte nl. een aantal stuks bagage zoek. Het meeste werd al vrij snel teruggevonden echter de tas van Anna met (heel belangrijk) haar bergschoenen was spoorloos verdwenen. En de manager (die de tassen verplaatst had) leed ineens aan een ernstige vorm van geheugen verlies.

Het moge duidelijk zijn dat wij, met Anna voorop dit niet over onze kant lieten gaan. Het hele hotel werd afgespeurd maar er werd niets gevonden. Dit deed ons vermoeden dat er diefstal in het spel was. De manager, hoewel volstrekt niet capabel om een hotel te runnen, leek te goeder trouw. Mogelijk was een personeelslid de dief.  Omdat er met aangifte bij de politie gedreigd werd, werd het zoeken voortgezet, totdat na een uur de tas ineens heel toevallig “gevonden” werd, achter een gordijn op een kamer waar we al drie keer gekeken hadden. Enfin,  op typisch Ethiopische wijze werd dit mysterie dus toch opgelost en kon iedereen met een gerust hard gaan slapen. Hier namen we ook afscheid van drie van onze groepsgenoten die de volgende ochtend vroeg aan de lange terugreis naar Addis Abeba (en huis) begonnen.

Her Geralta gebied

De volgende dagen maakten we een tocht door het fraaie Geralta gebied. Op weg naar Hawzien, bezochten we twee vroegmiddeleeuwse rots kerkjes waar dit gebied overigens zeer rijk aan is. De eerste die we bezochten was de San Ciriaco. Deze, grotendeels vrijstaande kerk was onze eerste kennismaking met de bijzondere christelijke geschiedenis van dit gebied. Hierna reden we naar de Abraha Atsbeha kerk. Hier was tot onze verassing een bruiloft aan de gang. Voor de kerk werd gezongen en gedanst waarbij de enige begeleiding uit twee grote drums bestond. De muziek, in typisch Tygre ritmiek, klonk werelds maar was kerkelijk en bedoeld om het bruidspaar te zegenen.

Na de lunch reden we naar Hawzien waar we de rest van de dag hadden om bij te komen van onze indrukwekkende ervaringen van de afgelopen dagen. In de avond werden plannen gemaakt voor de volgende dag. W besloten twee kerken te bezoeken waarvan de eerste, de Debre Tsion via een stevige klim te bereiken is.

De volgende ochtend reden we dus eerst naar de  Debre Tsion. De klim was vrij lastig maar de beloning op de top was overweldigend. Een heel fraai uitzicht over de omgeving waarbij de uitgehakte kerk uit de tiende eeuw het geheel completeerde. We hadden hier alle tijd want de priester moest nog gehaald worden om de kerk te openen. Het binnenste van de kerk had fraaie fresco’s en een kooromgang die via een geheimzinnige tunnel leidde naar een kleine ruimte met daarin fraai reliëf werk. Tot slot toonde de priester ons het Kruis van de kerk, een fraai staaltje smeedwerk. Elke kerk heeft overigens een kruis en sommige hebben nog een andere schat. Zo had deze kerk een waaier die al 500 jaar oud is.

Na een lange Siësta, bezochten we aan het eind van de middag, de Giorgis Maikado kerk. Deze heeft een mooie wit gepleisterde gevel. Bovendien ligt hier een eeuwenoude koptische bijbel opgeslagen die op verzoek aan ons getoond werd door de priester. Hierna klommen we op een nabij gelegen rots voor een fraaie zonsondergang in een nog mooiere omgeving!

Inmiddels was ons ter oren gekomen dat de weg naar Lalibela, die we overmorgen over moesten, open lag. We besloten daarom om niet overmorgen maar morgen, na het dagprogramma meteen een stuk zuidwaarts te rijden om ze wat tijd te kopen.  De volgend ochtend maakten we eerst een heel fraaie wandeling langs drie kerken en door het fraaie landschap. Vooral de tweede kerk, de Mikhael Milhaizengi,  was de moeite waard. Deze lag op een heuvel maar was erg levendig. Lokale monniken deden zich te goed aan het eigen gebrouwen “Trappiste” bier en we mochten zelfs er een meedrinken alvorens we naar de kerk zelf gingen. Dit is weer een fraai kerkje met een uitgehouwen reliëf in het plafond. Alle kerkjes waren overigens gebouwd met een Grieks kruis als grondplan.  Het “koor” is doorgaans afgesloten voor de gewone mensen.

De wandeling eindigde vlakbij de Medhane Alem Adi Kesho kerk. Een korte afdaling bracht ons weer bij een begaanbare weg, waarna we verder zuidwaarts reden. We besloten om in Mek’ele te overnachten. Hier was een goed hotel en Mek’ele is een levendige en niet onplezierige stad.  Omdat we die middag uitgebreid geluncht hadden, volstond deze avond een overheerlijk sapje. Dit moet je niet te letterlijk nemen. Een ‘juice’ in Ethiopië is eigenlijk een smoothie gemaakt van meestal mango, papaja, banaan en / of ananas. Je kunt deze met een lepel leeg eten. Een gezonde en voedzame maaltijd dus! Typisch Ethiopisch zijn ook de zgn. Juice bars die je overal vindt en die gespecialiseerd zijn in het bereiden van de lekkerste “juices”!

Het "mekka" van het Ethiopisch christendom

De volgende ochtend reden we verder naar Lalibela, door een werkelijk adembenemend mooi landschap. Het was ongeveer 400 km rijden waarvan ongeveer 150 km over onverharde wegen.  Even voorbij Weldya de verharde weg verlieten. We reden door een adembenemend mooi landschap en klommen geleidelijk naar 2600 meter.  Tegen de avond bereikte we Lalibela.

De volgende morgen heel vroeg zijn we met 4 man/vrouw naar de dienst in de Bet Maryan kerk gegaan. Zoals overal in Ethiopie, mag je de kerk alleen betreden nadat je je schoenen hebt uitgedaan. In de kerk, die spaarzaam verlicht was, was een leerling priester de gebeden aan het reciteren. Af en toe werd hij verbetert door zijn leermeester. De opperpriester van deze kerk. Ongeveer 45 minuten ging het reciteren door, af en toe aangevuld door een na-gesproken vers door de ghelovigen. Hierna werd er gezamenlijk gezongen. Dit klonk ertg indrukwekkend. Religie is nl. heel belangrijk voor de Ethiopiers. Athiesten zijn er waarschijnlijk niet. De dienst was heel indrukwekkend, in deze, volgens de legende, door engelen gebouwde kerk.

Die ochtend besloot ik vrij te nemen om even bij te komen van alle indrukken. Hierdoor miste ik de excursie langs 4 kerken (waarvan ik de eerste tijdens de dienst al gezien had). Na de middaglunch sloot ik me weer aan voor een bezoek aan nog eens 4 kerken. Deze liggen in de zgn. “west” groep en zijn onderling met tunnels met elkaar verbonden. De eerste kerk, de Bet Gabriel  Rufael was evenwel gesloten vanwege renovatie. De overige kerken waren wel open.  Eerst bezochten we de  Bet Merkorios. Dit charmante kerkje was fraai uitgehouwen. Vervolgens moesten we een test van reine geest ondergaan door de tocht van de hel naar de hemel te maken door een 30m lange stikdonkere tunnel. Het gebruik van een lantaarn was ‘verboden’ dus moesten we ons op de tast onze weg vinden. Aan het eind werden we beloond met het volgende heiligdom, de Bet Abba Libanos kerk.  Via, opnieuw, een serie van tunnels en onderdoorgangen bereikten we tenslotte de Bet Emanuel kerk, de grootste van dit cluster.

Hierna liepen we van de heuvel af, op weg naar, ongetwijfeld, de bekendste kerk en symbool van Lalibela, de Bet Saint Giorge. Dit is een geheel vrijstaande kerk in de vorm van een Grieks kruis dat in de 14 eeuw van boven naar beneden was uitgehouwen. De kerk is ruim 15 meter hoog en staat in een even zo diepe kuil waar je alleen via een tunnel kon komen. Hierna was het even tijd om bij te komen in een plaatselijk café.

De Tesfa trekking

Na een verkwikkende nachtrust vertrokken we de volgende ochtend richting het zuiden. In de buurt van Gashena gingen we vier dagen rondtrekken. De routes hier zijn met behulp van de lokale gemeenschappen uitgezet. Ook zijn er community guesthouses gebouwd waar de wandelaars kunnen overnachten en het mooie is dat 60% van de opbrengsten uit het wandeltoerisme hier naar deze gemeenschappen gaat. Allen is echt geweldig goed georganiseerd. Alle overnachtinghutten hebben opgemaakte bedden en er is een provisorisch toilet. Douchen kan i.v.m. gebrek aan water niet altijd. De lokale bevolking zorgt ook voor het (overheerlijke) eten voor deze dagen.  De meeste bagage loopt/reist met ons mee op de rug van enkele ezels. Je kon zelfs een paard of muilezel huren als het lopen te zwaar was. Het is een hele mooie manier om het platte land van Ethiopië te leren kennen.  De overnachtings- en lunchplaatsen liggen ook allemaal aan de rand van de hoogvlakte waardoor we ieder avond konden genieten van de prachtigste vergezichten!

We begonnen de tocht met een heerlijke en typisch Ethiopische lunch; Injera (een soort luchtige zuurdesem pannenkoek) met daarbij allerlei gerechten met aardappel, spinazie en linzen. Ook een pittige saus met de naam Chiro. De  eerste dag liepen we ongeveer 12 km, drie uur, afwisselend door grasland en akkertjes, langs dorpjes waar de bewoners ons vriendelijk toezwaaiden en toelachten. Uiteraard trokken we de meeste nieuwsgierigheid van de kinderen die in grote getalen af en toe ons kwamen verwelkomen. Die avond kwamen we aan in Muquet Maryan. Dit is wellicht de mooiste overnachtingsplek van de hele hoogvlakte. We hadden een spectaculair panoramisch uitzicht over het dal onder ons, die door erosie grillig maar fraai uitgesleten was. We kwamen een uur voor zonsondergang aan dus ook het licht van de laagstaande zon zorgde voor een betoverend aanblik.

De volgende dag liepen we vijf uur, over een afstand van ongeveer 20 km. We liepen opnieuw tussen akkers en dorpen. Onze lunchplaats was opnieuw langs de fraaie zuidrand van de hoogvlakte. Bovendien waren hier heel veel Galade bavianen te zien. Een bavianensoort die typisch is voor dit gebied en een kenmerkende roodgekleurde borstkas heeft. Hierna liepen we noordwaarts dwars over de vlakte naar de noordrand.  we staken in de middag de weg over, die de hoogvlakte in tweeën deelt. Zo af en toe kwamen we een herder me geiten schapen of koeien tegen.  Tegen de avond arriveerde we opnieuw in een kamp op het uiteinde van een klif. Nu was het uitzicht iets vriendelijker; akkers en dorpjes, diep beneden ons.

De derde dag van de trekking was opnieuw een dag waarop we ongeveer 20 km liepen. Was dit tot de lunch nog zo’n beetje hetzelfde als de voorgaande twee dagen, na de lunch (alweer op een mooi punt) veranderde dit.  Vanaf de lunch 9eigenlijk al vanaf voor de lunch) volgden we de noordelijke rand van de vlakte. We liepen vlak langs de diepe afgrond waardoor het uitzicht de hele middag fantastisch was. Op enkele plaatsen waren ook basaltzuilen te zien.  Telkens veranderde het uitzicht en bij de steeds lager staande zon werden de kleuren ook weer mooier! Onze laatste overnachtingsplaats lag ook weer langs de rand en ook hier waren weer veel bavianen te zien.  We werden welkom gehete door Desda, een vriendelijke lokale vrouw met een open blik en prachtige ogen.  Zij verzorgde het avondeten die, in tegenstelling tot de lunch, meestal een (overheerlijke) soep en pasta of rijst omvatte. De tomatensaus wordt bovendien vers gemaakt!

Terug naar Addis Abeba

De volgend ochtend moesten we nog een korte afstand afleggen voordat w na bijna een uur de weg bereikten waar de bus ons kwam oppikken. Na afscheid genomen te hebben van beide gidsen, reden we verder naar Dessie. Na vier dagen trekking waren we wel weer toe aan een echt hotel. Dessie zelf  is een middel grote wat chaotische stad en veel hebben we er uiteindelijk niet van gezien. De volgende ochtend wachtte ons nog een lange dag rijden. Tijdens deze etappe bereikten we ook het hoogste punt van de hele reis, de 3241 meter hoge Tarma Ber pas. Hier was een parkeerplaats waar je een prachtig uitzicht had over het omliggende gebied. Hierna daalde de weg langzaam naar Addid Abeba, waar we uiteindelijk ’s-Avonds net na zonsondergang aankwamen. We verbleven weer in hetzelfde hotel als tijdens de eerste nacht alleen hadden we nu de (wat oudere) kamers in het A en B blok gekregen. Deze waren erg ruim. Elke kamer had een eigen keuken, woonkamer en slaapkamer met badkamer, een echte suite dus!.

De laatste dag was uiteindelijk een dag dat er niet veel meer gebeurde. Ik was er toch in geslaagd iets verkeerds gegeten te hebben zodat ik deze dag hiervan moest herstellen. Gelukkig was dit de laatste dag en gelukkig kon ik nog wel de afsluitende dinershow met muziek bezoeken. Een leuke avond met Ethiopische muziek en dans uit alle hoeken van het land. Uiteraard herkende we onmiddellijk de aparte Tygre ritmiek! Na deze avond gingen we via het hotel al snel naar de luchthaven. We vlogen nl. om 02h30. Bij de ingang werd alle bagage gecontroleerd. Helaas mocht ik (om onduidelijke redenen) de Obsidiaan die ik in de Danakil gevonden had niet meenemen. Gelukkig heb ik 1 stukje hiervan wel kunnen redden plus alle stukjes jonge lava van de Erta Ale.

Epiloog

De terugvlucht verliep rustig en in Istanbul werden we snel naar de aansluitende vlucht geloodst. Tegen een uur of 12 ’s middags stond ik weer voor mijn voordeur. Hiermee eindigden wellicht 1 van de indrukwekkendste reizen die ik gemaakt heb. Het gebulder van de lava, het klotsende geluid van de zwavelbronnen en de Tygre muziek zouden nog lang blijven hangen. We hadden echt iets heel bijzonders meegemaakt deze drie weken!